Psychomotorische therapie (PMT)

Je lichaam vertelt vaak meer dan je denkt

Soms blijf je maar piekeren zonder dat het echt iets oplevert. Je probeert door te zetten, je aan te passen of sterk te blijven, maar merkt dat je steeds verder van jezelf af komt te staan. Je lichaam trekt dan vaak al aan de bel, nog voordat jij precies weet wat er aan de hand is. Spanning, vermoeidheid of onrust zijn signalen die iets te vertellen hebben.

Psychomotorische therapie (PMT) helpt je om die signalen beter te begrijpen. Dit gebeurt niet alleen door erover te praten, maar vooral door ze te ervaren. We werken met beweging, oefeningen, sport- en spelvormen of juist met rust en aandacht. Alles wat we doen, sluit aan bij jouw hulpvraag.

Gaandeweg ontdek je hoe emoties en vaste patronen zichtbaar worden in je houding en gedrag. Je oefent met nieuwe manieren om hiermee om te gaan, zodat verandering niet alleen een inzicht blijft, maar ook voelbaar wordt in het dagelijks leven. Juist wanneer je merkt dat begrijpen alleen niet voldoende is om echt iets te veranderen, kan PMT een waardevolle ingang bieden.

PMT helpt je om:

  • lichamelijke signalen en spanningsopbouw eerder te herkennen;
  • beter om te gaan met angst en spanning die zich lichamelijk uit;
  • vaste patronen te doorbreken en nieuwe keuzes te verkennen;
  • je grenzen duidelijker aan te voelen en aan te geven;
  • meer rust en ruimte te ervaren in het contact met jezelf en anderen.

Mijn werkwijze

In mijn praktijk werk ik zowel als psycholoog als psychomotorisch therapeut. Samen bepalen we welke aanpak het beste past bij jouw hulpvraag. Soms ligt de nadruk op gesprekken, soms op ervaringsgericht werken via het lichaam. Vaak versterken beide elkaar. PMT is voor mij geen aanvulling op gesprekstherapie, maar een volwaardige behandelvorm. Door hoofd en lichaam samen te betrekken, werken we niet alleen aan inzicht, maar ook aan blijvende verandering.

Cliëntervaring

“Ik was gewend om altijd maar door te gaan. In de sessies leerde ik stilstaan. Letterlijk. Daardoor ontdekte ik hoe vaak ik mijn eigen grenzen voorbijging zonder het te merken.”